Menu

Help, mijn klant betaalt niet! Hoe incasseer ik een geldvordering?

Tot de coronacrisis stond Nederland er economisch gezien goed voor. Het coronavirus heeft wereldwijd genadeloos om zich heen geslagen en of er al een einde in zicht is, durft niemand te zeggen. Het coronavirus, en dan met name de angst die het bij velen  veroorzaakt, drukt onze economische bloei. Het gevolg daarvan is dat mensen hun rekeningen niet meer kunnen of willen betalen. Iedereen wordt daarmee geconfronteerd en elke ondernemer vraagt zich af wat hij of zij hiermee moet. Wat staat mij te doen wanneer een klant mij niet betaalt? Dit is een vraag die ik als advocaat geregeld van klanten krijg.

Het minnelijke traject
Het is natuurlijk verstandig zelf eerst eens contact op te nemen met een klant die niet betaalt. Hoor eens wat er achter zit. Is  iemand simpelweg niet in staat te betalen of wil iemand niet betalen. In het eerste geval is het verstandig te proberen een redelijke betalingsregeling overeen te komen. Van een kale kip valt immers niet te plukken. In het tweede geval is het goed te horen wat dan de reden is waarom de klant niet wil betalen. Is er een klacht over bijvoorbeeld de uitgevoerde reparatie of de geleverde auto? Als zo'n klacht terecht is, kan er een oplossing voor worden gevonden en anders kan worden uitgelegd dat er toch betaald moet worden. De meeste ondernemers voelen dit wel aan en weten dat het verstandig is eerst zelf eens de telefoon te pakken.

Het buitengerechtelijke incassotraject
Mocht een goed gesprek met de niet betalende klant nergens toe leiden of mocht de klant simpelweg nergens op reageren, dan moet het formele incassotraject worden ingezet. Belangrijk is daarbij als ondernemer een strak debiteurenbeleid te voeren. Zie er strak op de gestelde betalingstermijnen toe. Op het gros van de in Nederland verzonden facturen staat de standaard tekst "Gelieve binnen veertien dagen te betalen", maar zeer weinig ondernemers zien er ook strikt op toe dat binnen die termijn wordt betaald. Vaak blijven niet betaalde facturen na die veertien dagen nog lange tijd liggen voordat iemand binnen het bedrijf er iets mee doet. Door daar echter strikt op toe te zien en actie te ondernemen wanneer niet betaald wordt, kan veel "stilstaand geld" worden voorkomen. Wanneer je klant je niet betaalt, ben jij als het ware een financier van je klant. Daar ben je echter geen ondernemer voor geworden.

Mijn tip is dus na het verstrijken van de eerste betalingstermijn direct een vriendelijke betalingsherinnering te sturen. Hou de toon nog wat vriendelijk, aangezien er natuurlijk altijd mensen zijn die simpelweg zijn vergeten de factuur te betalen. Die klanten wil je niet wegjagen door direct een brief op hoge poten te versturen.

De 'veertien-dagenbrief'
Mocht zo'n vriendelijke betalingsherinnering niet tot betaling leiden, dan volgt het startschot voor een incassoprocedure. In de incassobranche wordt wel gesproken van het verzenden van een zogenaamde 'veertien-dagenbrief'. Die brief wordt zo genoemd omdat aan particuliere klanten altijd een termijn van minimaal veertien dagen geboden moet worden om vrijwillig tot betaling over te gaan. Pas wanneer die veertien dagen nadat de particuliere klant kennis heeft kunnen nemen van de brief zijn verstreken, kun jij als ondernemer aanspraak maken op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In die veertien-dagenbrief moeten die
buitengerechtelijke kosten ook worden vermeld. De klant die niet betaalt moet, om het maar simpel te zeggen, geïnformeerd  worden over het feit dat hij bijkomende kosten verschuldigd wordt wanneer hij binnen de in de brief gestelde termijn van veertien dagen niet tot betaling overgaat. Er wordt vaak gekozen voor een termijn van veertien dagen om dat de post soms een dag te laat is en in de wet aan de niet betalende klant een minimale termijn van veertien dagen wordt gegeven. Met die veertien dagen zit je meestal dus veilig. Wanneer je zaken doet met een andere ondernemer behoef je de wettelijke termijn strikt genomen niet in acht te nemen. Om je debiteurenbeleid echter op orde te houden en niet telkens verschillende brieven te hoeven versturen, raad ik klanten aan om altijd één formele sommatiebrief te gebruiken en daarbij geen onderscheid te maken tussen particuliere klanten en bedrijfsmatige klanten. Stel dat jij als ondernemer alleen zaken doet met bedrijven, dan ligt het anders, maar dat is iets dat ik in de autobranche niet vaak zie. 

Buitengerechtelijke kosten
Hiervoor stipte ik al aan dat een klant op enig moment ook de zogenaamde 'buitengerechtelijke kosten' verschuldigd wordt. Dat zijn de kosten die jij moet maken om de klant buiten een procedure om te bewegen alsnog tot betaling over te gaan. Door de wetgever is een speciaal besluit gemaakt waarin aan de hand van percentages berekend kan worden om welk bedrag het gaat. Bij  vorderingen van grofweg onder de € 2.500,- bedragen de buitengerechtelijke kosten eigenlijk altijd 15% van het openstaande bedrag met een minimum van € 40,-. Komt de vordering boven die € 2.500,-, dan neemt het percentage eerst af tot 10% en dat tot een bedrag van € 5.000,-. Daarboven wordt het 5% tot € 10.000,- en alles daarboven tot € 200.000,- wordt 1%. Als de termijn in de veertien-dagenbrief is verstreken, moet de klant dit bedrag betalen. 

Het inschakelen van een incasso specialist
Wordt er na het versturen van de zestien-dagenbrief, die jij als ondernemer het beste zelf kunt versturen, niet betaalt, dan kan de zaak worden overgedragen naar een incasso specialist, zoals bijvoorbeeld een gespecialiseerde incasso-advocaat. Omdat de klant de in de brief geboden termijn al heeft laten verstrijken, moet hij sowieso de buitengerechtelijke kosten betalen. Daarmee worden de kosten voor buitengerechtelijke werkzaamheden door de incasso specialist meestal volledig gedekt. Als de klant dan uiteindelijk betaalt, hoef je dat zelf niet te betalen. 

Het opstarten van een procedure
Nu de klant niet reageert of niet wenst te betalen naar aanleiding van diverse verzoeken en sommaties daartoe, zit er niks anders  op dan een procedure op te starten. Zo'n procedure wordt opgestart door een dagvaarding op te laten stellen door een incasso-specialist. Daarin wordt uitgelegd welk bedrag jij te vorderen hebt en waarom de rechter de niet betalende klant moet veroordelen tot betaling. In die dagvaarding zullen ook de bijkomende kosten gevorderd worden, zoals de hiervoor al besproken buitengerechtelijke kosten en ook een vergoeding voor de kosten in de gerechtelijke procedure.Conservatoir beslag Voorafgaand aan zo'n procedure kan ook beslag worden gelegd onder de niet betalende klant. Beslagen worden in Nederland gelegd door deurwaarders, maar toestemming om een beslag te leggen voordat de procedure wordt opgestart dient in Nederland door een advocaat aan de rechtbank verzocht te worden. Het voordeel van zo'n beslag kan zijn dat de niet betalende klant zijn vermogensbestanddelen niet allemaal kan wegsluizen. Als de rechter hem of haar veroordeelt tot betaling, is het geld ook nog  steeds aanwezig. Ander voordeel daarbij kan zijn, dat een dergelijk beslag best wel tot druk kan leiden en de klant dan alsnog tot betaling overgaat. Denk bijvoorbeeld aan het leggen van beslag op een bankrekening waardoor de klant niet langer bij zijn geld kan komen. Je kunt het jezelf wel voorstellen dat dat tot vervelende situaties leidt. Het leggen van beslag kan in bepaalde gevallen dus doeltreffend zijn.

Het vonnis van de rechter
Nadat de procedure bij de rechtbank is doorlopen, komt de rechter tot een uitspraak. In veel gevallen voert een niet betalende klant niet eens verweer. Dan leidt een procedure binnen een betrekkelijk korte termijn tot een zogenaamd 'verstekvonnis'. Dat is een procedure waarbij de wederpartij geen verweer voert. Voert de niet betalende klant wel verweer, dan leidt het tot een vonnis 'op tegenspraak', zoals dat in juridisch jargon wordt genoemd. Dan houdt de rechter wel rekening met de verweren die de niet betalende klant voert. In zo'n geval zijn er twee opties, ofwel u wordt geheel of gedeeltelijk in het gelijk gesteld, ofwel uw vorderingen worden afgewezen.

Tenuitvoerlegging vonnis
Wordt u geheel of gedeeltelijk in het gelijk gesteld, dan moet de niet betalende klant alsnog betalen. Het vonnis kan 'ten uitvoer worden gelegd', zoals dat heet. Dat gebeurt door de deurwaarder beslag op het vermogen van de niet betalende klant te laten leggen. Meestal hoeft het niet zover te komen en ziet de niet betalende klant alsnog in dat er betaald moet worden. 

Hoger beroep
Bent u of de klant het niet eens met de uitspraak van de rechter, dan kan daartegen in hoger beroep worden gegaan. Dat kan niet in alle zaken. Geldvorderingen onder de € 1.750,- zijn van hoger beroep uitgesloten. Daarvoor vindt de wetgever het bedrag te laag. Bij de lage geldvorderingen is de eerste uitspraak die de rechter doet dus ook bindend. Wanneer u of uw klant ervoor kiest in hoger beroep te gaan, wordt de zaak opnieuw beoordeeld en ditmaal door het Gerechtshof. In zo'n procedure is het verplicht een advocaat in te schakelen. Het Gerechtshof zal dan opnieuw kijken of zij het wel of niet met uw vorderingen eens zijn. 

Faillissementsaanvraag als ultiem pressiemiddel
Stel nu dat al deze inspanningen ten spijt de klant na een veroordeling door de rechter alsnog niet betaalt. Staat u dan met lege handen en heeft u onnodige kosten gemaakt? Als de klant u uiteindelijk niet betaalt, is dat inderdaad wel de bittere waarheid. Wat u dan nog zou kunnen doen, is als laatste mogelijkheid nog druk op de klant uit te oefenen door diens faillissement aan te vragen.

Daarvoor heeft u uw eigen vordering nodig en daarnaast moet u bekend zijn met andere vorderingen die de klant niet betaalt. Meestal is het wel mogelijk een dergelijke vordering te achterhalen. U kunt dan door een advocaat een verzoek bij de rechtbank laten indienen om het faillissement van de klant aan te vragen. In veel gevallen laat iemand het daar niet op aankomen en leidt die druk alsnog tot betaling. Mocht ook dat uiterste redmiddel niet slagen, dan wordt de klant failliet verklaart en dient een curator diens faillissement af te wikkelen. Als het om een natuurlijk persoon gaat, zal hij of zij vaak in de schuldsanering terecht komen. Als het daartoe leidt, is de kans klein dat u uw volledige vordering betaald krijgt. Dan is helaas de bittere waarheid dat u een hoop kosten hebt gemaakt en u uw geld kwijt bent.

De meeste klanten betalen alsnog
Gelukkig doet de laatstgenoemde situatie zich niet vaak voor. In de meeste gevallen betaalt de klant alsnog op het moment dat een advocaat in beeld komt. Veel klanten willen het er niet op aan laten komen dat zij in een gerechtelijke procedure terechtkomen. Voorafgaand daaraan wordt daarom vaak een regeling getroffen. Als een klant het wel op een procedure laat aankomen, wordt er veelal na een veroordelend vonnis betaalt. Slechts in uitzonderlijke gevallen, wordt er helemaal geen geld ontvangen en dat is dus wel een risico dat je als ondernemer neemt wanneer je een incassotraject opstart, maar het is wel een risico dat je als ondernemer in mijn optiek moet nemen. Doe je immers niks tegen een niet betalende klant, dan weet je zeker dat je naar je geld kunt fluiten!

Wordt u ook wel eens geconfronteerd met klanten die u niet (tijdig) betalen?
Wilt u weten hoe u dit kunt oplossen?
Neem dan geheel vrijblijvend contact op met Binnema Advocatuur om meer informatie te ontvangen en bel 058 2030193 of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  
Kijk voor meer informatie op:
www.binnema-advocatuur.nl 

Lees meer...

Het coronavirus en contracten!

Het coronavirus houdt een groot deel van onze maatschappij volledig in haar greep. Weliswaar zijn er inmiddels versoepelingen, maar de gevolgen van het coronavirus zijn overal goed merkbaar. Elke ondernemer wordt in meer of mindere mate getroffen door de coronacrisis. Ook de autobranche komt er niet ongeschonden vanaf.

Veel ondernemers komen door het coronavirus in de problemen. Gesloten contracten kunnen daardoor soms niet worden nagekomen. De vraag die dan aan mij als advocaat gesteld wordt, is of het coronavirus een legitieme grond is om te stellen dat een overeenkomst in zo'n geval niet nagekomen hoeft te worden. Een eenduidig antwoord op die vraag is moeilijk te geven. Het antwoord ligt nogal genuanceerd.

Vrijwel niemand heeft deze coronacrisis aan zien komen. Veel ondernemers nemen daarom het standpunt is dat hier sprake is van "overmacht". Ik zal ook niet ontkennen dat geen enkele ondernemer op dit virus zit te wachten en ook geen enkele ondernemer hier schuld aan heeft, maar voordat in juridische zin sprake is van "overmacht" moet wel een behoorlijke horde worden genomen. Vanuit juridisch perspectief is namelijk slechts sprake van overmacht als de onmogelijkheid om een verplichting uit een overeenkomst na te komen niet aan de partij die niet kan nakomen "toerekenbaar" is.

Of dat het geval is, wordt in bepaalde gevallen in de wet geregeld en soms wordt die verdeling gemaakt in een contract, bijvoorbeeld in algemene voorwaarden. Veelal doet zo'n situatie zich niet voor. Met name niet bij een virus waarmee wij ons nu pas voor het eerst geconfronteerd zien. Wat dan overblijft is toerekening op grond van wat wij juristen noemen "verkeersopvattingen".

Het gaat dan in feite om de vraag of het volgens onze maatschappelijke opvattingen zo is dat de risico's van het coronavirus wel of niet voor rekening van de partij komen die zijn verplichtingen niet kan nakomen. Of dat het geval is, zal door de rechter bepaald moeten worden en is ook weer afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Al met al is dus niet met zekerheid te zeggen of een ondernemer een beroep op overmacht kan doen, en dat zal de tijd moeten leren.

Iets waar andere ondernemers ook een beroep op doen, is het juridische leerstuk van "onvoorziene omstandigheden". Op basis van de wet kun je namelijk aan de rechter vragen een overeenkomst te wijzigen als een bij het sluiten van de overeenkomst niet voorziene gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. Dat veel partijen bij een contract het coronavirus en haar gevolgen niet hebben "voorzien" valt in de meeste gevallen niet te ontkennen. Sterker nog, tot voor kort wisten de meeste mensen helemaal niet van het bestaan van dit virus en was het voor mensen geen gevaar. Maar het enkele feit dat dit virus en haar gevolgen voor contractpartijen "onvoorzienbaar" waren, brengt nog niet mee dat een geslaagd beroep op dit juridische leerstuk van "onvoorziene omstandigheden" kan worden gedaan. Of dat het geval is, is namelijk ook afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Slechts wanneer een situatie gezien de wederzijdse belangen zo onredelijk is dat één van de beide partijen niet kan verlangen dat de andere partij zijn verplichtingen nakomt, zal mogelijk een beroep op dit leerstuk gedaan kunnen worden. Ik merk daarbij op dat de lat bij dit leerstuk zeer hoog ligt en een geslaagd beroep op dit leerstuk eerder uitzondering is dan regel. Ik acht een beroep op dit leerstuk op voorhand dus niet volstrekt kansloos, maar het is ook zeer zeker geen gelopen koers.

Al met al brengt het coronavirus veel ondernemers dus in de problemen. Desondanks geldt als uitgangspunt wel dat contracten nagekomen moeten worden. Een beroep op één van de hiervoor genoemde leerstukken zou daar mogelijk verandering in kunnen brengen, maar als ondernemers mij die vraag voorleggen, geef ik wel aan dat hier kritisch naar gekeken moet worden. Of er een geslaagd beroep op één van deze leerstukken gedaan kan worden is namelijk afhankelijk van concrete omstandigheden van het geval en op voorhand is daar met zekerheid niks over te zeggen. Dat zal de tijd moeten leren.

Tjerk Binnema is advocaat te Leeuwarden en autoliefhebber! Hij combineert zijn passie voor het recht met zijn passie voor auto's als vaste columnist.
Heeft u een juridische vraag?
Neem dan vrijblijvend contact op met het Advocatenkantoor Binnema Advocatuur te Leeuwarden
en bel 058-2030193 of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Kijk voor meer informatie op:
www.binnema-advocatuur.nl 

Lees meer...

SAMEN sta je sterk!

In een eerdere column schreef ik al eens over samenwerking in de autobranche. Ik benoemde de voordelen en wees ook op de risico's. Dat uiteraard vanuit mijn juridische perspectief als advocaat. Samenwerking komt op alle fronten voor. Met name in overkoepelende organisaties zoals brancheverenigingen, waarin met name kleinere ondernemingen hun krachten bundelen, komen de voordelen van samenwerking het meest tot uitdrukking. De autobranche is inmiddels zo'n organisatie rijker. Het gaat om de organisatie VASS, wat staat voor "verenigde autobedrijven samen sterk". Het voelt voor mij als advocaat als een hele eer om met VASS te mogen samenwerken.

VASS is een initiatief van Mirjam van der Rijt. Samen met haar echtgenoot John van der Rijt is Mirjam aan dit initiatief begonnen. Gezamenlijk hebben zij een autobedrijf en ook zij liepen tegen veel zaken aan waar individuele autobedrijven tegenaan lopen. Zo dienen binnen een bedrijf veel zaken geregeld worden, waar veel tijd in gaat zitten en dat gaat natuurlijk ten koste van de corebusiness en waar je het als ondernemer in de autobranche voor doet: het verkopen en repareren van auto's!

VASS zet zich er als collectief voor autobedrijven voor in om het voor aangesloten autobedrijven makkelijker te maken. Denk aan het regelen van vraagstukken rondom accountancy, import en export van auto's, maar bijvoorbeeld ook het als collectief uitonderhandelen van een goede en met name "betaalbare" garageverzekering. Juist daar zit de kracht van samenwerking. In de onderhandelingen kan je gezamenlijk een vuist maken en natuurlijk veel betere voorwaarden uitonderhandelen dan wanneer je als individuele ondernemer onderhandelingen met een grote verzekeringsmaatschappij moet voeren. Mocht dat laatste al gebeuren. Vaak is het dan een kwestie van "tekenen bij het kruisje" en "take it, or leave it!".

Juridische vraagbaak
Ik kwam als automotive advocaat bij VASS in beeld toen VASS op zoek ging naar een juridische vraagbaak voor haar leden. Als automotive advocaat weet ik tegen welke problemen autobedrijven aan kunnen lopen. De keuze werd dus snel gemaakt om de handen ineen te slaan. De leden van VASS kunnen met juridische vragen bij Binnema Advocatuur terecht. Denk aan vragen en problemen rondom contracten. Wat is bijvoorbeeld je positie als autobedrijf wanneer je een auto verkoopt en de klant meent dat er gebreken zijn? Wat moet er gebeuren om je geld te incasseren wanneer een klant niet betaalt? En is het mogelijk dergelijke situaties te voorkomen door goede contracten op te stellen en algemene voorwaarden te hanteren? Tegen dergelijke vragen lopen de meeste ondernemers aan.

De leden van VASS kunnen met deze vragen nu terecht bij Binnema Advocatuur. Bijkomend voordeel is dat de leden daarbij ook nog een speciaal ledenvoordeel wordt geboden. Met name kleine en middelgrote ondernemers doen er verstandig aan hun krachten te bundelen door lid te worden van brancheverenigingen. VASS is daarmee een aanwinst voor de gehele autobranche en met name voor de kleine en middelgrote bedrijven. Het is een uitkomst voor alle individuele autobedrijven die zich bij haar aansluiten.

Ik hoop hieraan als advocaat mijn steentje bij te kunnen dragen als vraagbaak en vertrouwde adviseur voor alle leden van VASS. Samen sta je sterk!

Tjerk Binnema is advocaat te Leeuwarden en autoliefhebber!
Hij combineert zijn passie voor het recht met zijn passie voor auto's als vaste columnist.

Heeft u een juridische vraag?
Neem dan vrijblijvend contact op met het Advocatenkantoor Binnema Advocatuur te Leeuwarden en bel 058-2030193 of
stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
Kijk voor meer informatie op:
www.binnema-advocatuur.nl.

Lees meer...

HUURBESCHERMING

Niet elke ondernemer kiest er voor zijn bedrijfspand te kopen. Huren is immers een goed alternatief. Veelal is het zelfs zo dat, met name startende, ondernemers ook niet anders kunnen dan een bedrijfspand huren. Als eigenaar ben je heer en meester over je eigen pand. Hoe zit dat als je huurder bent?
Ben je dan volledig overgeleverd aan de wil van je verhuurder? Of heb je ook bepaalde bescherming?
 

Op basis van de Nederlandse huurwetgeving heeft een huurder altijd bepaalde bescherming. Hoe ver die bescherming bij huur van  bedrijfspanden gaat, is afhankelijk van het 'huurregime' dat van toepassing is. In Nederland zijn er voor bedrijfspanden namelijk twee huurregimes. Het huurregime voor de zogenaamde 'artikel 7:290 BW bedrijfsruimte' en de 'overige bedrijfsruimte', genoemd in artikel 7:230a van ons Burgerlijk Wetboek. 

Voordat bepaald kan worden hoeveel bescherming je als huurder hebt, moet je eerst beoordelen onder welke van deze twee huurregimes jouw bedrijfspand valt. In de autobranche zal dat veelal gaan om de artikel 7:290 BW bedrijfsruimte. Daarvoor is namelijk vereist dat er verkoopactiviteiten plaatsvinden of bijvoorbeeld sprake is van een ambachtsbedrijf. In de autobranche is daar vaak sprake van. Denk aan de verkoop van auto's en de reparatie ervan. Dat geldt ook voor de verkoop van onderdelen en deelreparaties en bijvoorbeeld schadeherstel als het schadebedrijf ook door haar klanten bezocht kan worden.

Voor de artikel 7:290 BW bedrijfsruimte geldt dat de huurder huurbescherming heeft. Die huurbescherming houdt in dat er sprake is van huurprijsbescherming en ook ontruimingsbescherming. Zo kan de huurprijs door de verhuurder niet zomaar worden aangepast. Daartoe is in de wet een speciale regeling opgenomen. In grote lijnen komt het er op neer dat de verhuurder, maar ook de huurder, de rechter kan vragen om de huurprijs aan te passen. Op die manier kan de huurprijs in overeenstemming worden gebracht met huurprijzen van vergelijkbare panden. Het is echter niet zo dat de huurder is overgeleverd aan de verhuurder.
Voor de verhuurder geldt, dat hij ook niet tot in het einde der dagen gebonden hoeft te zijn aan een 'te' lage huurprijs.

Ontruimingsbescherming houdt in dat de verhuurder de huurovereenkomst niet zomaar kan beëindigen wanneer het de verhuurder uitkomt. Wanneer de huurder zijn verplichtingen correct nakomt en de verhuurder de huurovereenkomst desondanks wil beëindigen, zal hij de huurovereenkomst moeten 'opzeggen'. Veelal is in het huurcontract een termijn daarvoor opgenomen. Het is echter niet zo dat het enkel in acht nemen van die opzegtermijn voldoende is. In de wet is namelijk bepaald dat de verhuurder een limitatief aantal opgesomde 'opzeggingsgronden' in acht mag nemen. Bij de opzegging moet dat ook worden toegelicht.
Op die manier is de mogelijkheid om een huurovereenkomst op te zeggen dus behoorlijk ingeperkt en dat leidt dus weer tot bescherming van de  huurder.

Daarnaast geldt dat een huurovereenkomst van artikel 7:290 bedrijfsruimte altijd vijf jaar of langer duurt en daarna, behoudens  tussentijdse opzegging, van rechtswege met vijf jaar wordt verlengd. De gedachte erachter is dat een ondernemer wel de tijd en mogelijkheid moet hebben een locatie gebonden bedrijf op te kunnen starten. Een belangrijke uitzondering op deze regel bestaat  voor huurcontracten van twee jaar of korter. Als zo'n contract afloopt, eindigt de huurovereenkomst. Wanneer de huurder het met beëindiging van de huurovereenkomst eens is, kan de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden worden beëindigd. Stemt de huurder daar niet mee in, maar komt hij zijn verplichtingen niet correct na, dan zou de verhuurder nog kunnen proberen de  huurovereenkomst te laten ontbinden. Ook hier neemt de huurovereenkomst een speciale positie in in het rechtssysteem. Waar de meeste andere overeenkomsten door middel van een buitengerechtelijke verklaring ontbonden kunnen worden, geldt voor de  huurovereenkomst van "gebouwde onroerende zaken", waaronder dus bedrijfsruimte, dat de rechter die ontbinding moet  uitspreken. Ook dat leidt er toe dat de rechter daar dus iets van moet vinden en de huurder op die manier dus wordt beschermd.

Zoals gezegd, zijn er dus twee regimes. Het andere regimes, van de 'overige bedrijfsruimte', biedt de huurder minder bescherming. Daar heeft de huurder geen huurprijsbescherming. Het is echter niet zo dat de verhuurder dan maar lukraak de huurprijs kan verhogen wanneer daarover niks in de huurovereenkomst is geregeld.

Waar dit huurregime wel enige bescherming biedt, is bij beëindiging van de huurovereenkomst. Op basis van dit huurregime heeft de huurder geen 'huurbescherming', maar is de zogenaamde 'ontruimingsbescherming' van toepassing. Dit houdt in dat de huurder aan de rechter een extra termijn kan vragen om nog in het pand te kunnen blijven zitten, nadat de verhuurder de  huurovereenkomst heeft opgezegd. In dat geval zal de huurovereenkomst wel zeker eindigen, maar kan de huurder de rechter vragen om aan hem een termijn te bieden om nog wat langer in het gehuurde te blijven zitten en zodoende om zich heen te kunnen kijken voor een andere bedrijfsruimte. Zodoende komt de huurder niet van de ene op de andere dag op straat te staan. Zo'n verlenging kan drie keer plaatsvinden en dan met termijnen van maximaal één jaar. In de praktijk komt het echter niet vaak voor dat een huurder dan langer dan een jaar mag blijven zitten. Dit regime biedt dus wel enige bescherming, maar wel  beduidend minder dan de bescherming die het regime van de artikel 7:290 BW bedrijfsruimte biedt.

Concluderende, zijn er best veel ondernemers die geen 'eigen' bedrijfspand hebben, maar zijn aangewezen op een huurpand. Op  zich is daar niks mis mee, zij het dat je wel afhankelijk bent van je verhuurder. Daar heeft de wetgever rekening mee gehouden en dus een bepaalde mate van bescherming geboden in de wet. Zoals uitgelegd, zal het in de autobranche vaak gaan om huurruimte die valt onder het artikel 7:290 BW bedrijfsruimte regime, dat meer bescherming biedt dan het andere huurregime voor de 'overige bedrijfsruimte'. In beide gevallen kan de verhuurder de huurder echter niet van de ene op de andere dag het pand uit zetten. Doordat dat dus niet de gang van zaken zal zijn, is er altijd de gelegenheid uit te kijken naar een ander geschikt pand.

Tjerk Binnema is advocaat te Leeuwarden en autoliefhebber!
Hij combineert zijn passie voor het recht met zijn passie voor auto's als vaste columnist.
Heeft u een juridische vraag?
Neem dan vrijblijvend contact op met het Advocatenkantoor Binnema Advocatuur te Leeuwarden
en bel 058-2030193 of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .
Kijk voor meer informatie op:
www.binnema-advocatuur.nl 

Lees meer...

Remedies tegen wanbetalers

Het is een fenomeen van alle tijden en komt overal voor: mensen die hun rekeningen niet betalen. In de autobranche  gebeurt dat natuurlijk ook. Iemand koopt een auto maar betaalt de koopsom niet of laat zijn auto repareren, maar weigert de rekening te betalen. Heel vervelend natuurlijk en absoluut niet zoals het hoort. Maar wat kan je hier als ondernemer tegen doen?

De eerste oplossing is simpel. Vraag om "boter bij de vis". Dit is met name verstandig wanneer je als ondernemer zaken doet met een onbekende. Je weet van tevoren niet wat voor vlees je dan in de kuip hebt. Betaling vooraf voorkomt dat mensen hun rekening achteraf niet betalen. Dit lijkt heel simpel, maar toch komt het heel veel voor dat ondernemers op de pof leveren, met alle consequenties van dien.

De tweede mogelijkheid bouwt voort op de eerste. Het is namelijk ook verstandig om te vragen om een voorschot. In de bouw en de zakelijke dienstverlening is dit heel gebruikelijk. Door de klant al een bedrag te laten aanbetalen, wordt het risico kleiner om later niet (volledig) betaald te worden. Stel dat je een auto verkoopt, maar de levering nog niet plaatsvindt. Dan is het goed alvast een aanbetaling te vragen. Voorafgaand aan de levering maak je als verkoper vaak al kosten om de auto bijvoorbeeld klaar te maken of van een "verse" apk te voorzien. Dan is het fijn dat die kosten worden gedekt door een aanbetaling voor het geval de koper zich later 
terugtrekt. Anders blijf je vaak zelf met de kosten zitten.

Een andere tip is het bij de verkoop van een auto het bedingen van een "eigendomsvoorbehoud". Dat kan door een speciale bepaling in de koopovereenkomst op te nemen of bijvoorbeeld in de algemene voorwaarden. Zo'n beding brengt mee dat de koper van een auto pas eigenaar wordt zodra hij alle betalingstermijnen heeft voldaan. Tot die tijd blijf je als verkoper eigenaar van de auto. Wordt er  uiteindelijk niet (volledig) betaald, dan kan je de eigendom dus opeisen en sta je niet met lege handen. De ondernemers die zich  toeleggen op de reparatie van auto's hebben vaak een sterk middel in handen waar zij zich niet altijd van bewust zijn.
Strikt genomen hoef je namelijk pas de auto na een uitgevoerde reparatie aan de klant af te geven als er voor de reparatie is betaald. Dat raad ik al mijn klanten aan om te doen. Met name als het gaat om onbekende klanten die voor de eerste keer langskomen. Als zij wegrijden zonder te betalen en kwaad in de zin hebben en niet betalen, wordt het een heel getouwtrek om het geld daarna terug te krijgen. Vraag daarom om betaling voordat je de auto afgeeft. Als de klant dat niet wil, ben je als ondernemer niet verplicht de auto af te geven. Als  ondernemer heb je dan namelijk het recht om de auto onder je te houden.
Dat sterke recht heet het "retentierecht".

Een prachtig recht waar je als ondernemer je voordeel mee kan doen. Als ondernemer is het dus verstandig je ervan bewust te zijn dat er een reëel risico is dat klanten niet altijd (op tijd) betalen. Dat geldt uiteraard ook als ondernemer in de autobranche. Ik ben als  advocaat vaak betrokken bij incassogeschillen waar het gaat om dit soort problemen en zie vaak dat veel problemen vooraf voorkomen hadden kunnen worden. Voorkom dit risico dus door vooraf de zaken goed te regelen. Ik hoop dat ik je in het voorgaande wat tips heb gegeven.

Mocht je hierover nog een vraag hebben? Schroom dan niet en neem gerust eens contact met mij op! Tjerk Binnema is advocaat te Leeuwarden en autoliefhebber! Hij combineert zijn passie voor het recht met zijn passie voor auto's als vaste columnist. Heeft u een juridische vraag? Neem dan vrijblijvend contact op met het Advocatenkantoor Binnema Advocatuur te Leeuwarden en bel 058-2030193 of stuur een e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Kijk voor meer informatie op:
www.binnema-advocatuur.nl 

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Columnisten Pro

Die ophef moeten we maar eens opheffen!

november 02, 2020

Die ophef moeten we maar eens opheffen!

Corona. Corona. Corona. Er lijkt maar geen einde te komen aan de pandemie. Telkens komen e...

Autodiagnose.eu

november 02, 2020

Autodiagnose.eu

Praktijkgeval 18: Diagnose van een brandstofdrukstoring in een BMW 116i met motorcode N13B16A (bwj. ...

Help, mijn klant betaalt niet! Hoe incasseer ik een geldvordering?

november 02, 2020

Help, mijn klant betaalt niet! Hoe incasseer ik een geldvordering?

Tot de coronacrisis stond Nederland er economisch gezien goed voor. Het coronavirus heeft werel...

Corona en de lucht?

november 02, 2020

Corona en de lucht?

Hoe zit het met de ventialtie op kantoor, in de showroom of de werkplaats? Het is niet te zien ...

Autodiagnose.eu

juli 14, 2020

Autodiagnose.eu

Praktijkgeval 17: Diagnose ontstekingsstoring bij Ford Ka 1.2 met Fiat-motor en motorcode 169A4000 (...

De perfecte tijd om aan jezelf te gaan werken!

juli 09, 2020

De perfecte tijd om aan jezelf te gaan werken!

Vroeger had ik af en toe van die dagen, dat alles tegenzat. Dat dingen niet lukten, en all...

Hot